Alpengierzwaluw

Alpengierzwaluw Apus melba (Linnaeus 1758)

 

Vogelgroep:
Gierzwaluwen

Veldkenmerken. 22 cm. Als een enorme Gierzwaluw met witte buik. Witte keel op afstand vaak moeilijk te zien.

 Verenkleed lichter bruin dan van Gierzwaluw. Lijkt in vlucht wel wat op Boomvalk.

 Heeft zeer snelle krachtige vlucht. Meestal in groepen, maar in de bergen vaak alleen of met z’n tweeën.

Geluid. Groepen maken een lange, stijgende en dalende triller. Heeft ook kort ’skrie’.

Voorkomen. 2004 voor het laatst in Zoetermeer waar genomen.

Habitat. Voornamelijk in gebergte, maar in afgelegen gebieden en bij steden ook wel aan de voet van gebergte.

Komt ook voor bij kliffen aan zee. Legt per dag nog grotere afstanden af dan Gierzwaluw.

Voedsel. Vliegende insecten en zwevende spinnen